Op onderzoek in een module op ArtEZ: ‘Het lijkt een magische mix, zo’n beginnend docent en kunstenaar’

7 januari 2020

Jetske Osterthun participeert in de onderwijsmodule ex-Nihilo bij ArtEZ, een onderzoek naar ‘het niets’ en de betekenis ervan voor jou als docent. Ze is gastdocente en beziet haar rol en haar omgeving na een aantal lessen. ‘Ik denk dat we in het reguliere onderwijs veel kunnen leren door te kijken naar het kunstonderwijs en de wijze waarop deze derdejaars studenten worden ondersteund om te worden wie ze zijn.’ Haar blog over kennis ontwikkelen, de kracht van ervaringsleren en over gevoeligheid – pedagogische sensitiviteit – in het moment.

Lang niet zo fijn gewerkt als vandaag. Als ik binnenwandel bij de opleiding docent-theater op ArtEZ voelt het als thuiskomen. Links en rechts zie ik een paar studenten, vermoedelijk in een of andere opdracht, zich aan de leuning van een trap vastketenen en als ik beneden kom, bij de dans en theaterstudio’s, ligt er een studente op de grond en een ander probeert vanaf een bankje de mooiste foto’s te maken.

Geen grote collegezalen met studenten die tijdens het zoveelste hoorcollege een Netflix-uitzending zitten te kijken, maar ik zie betrokken en leergierige mensen en docenten. Het is alsof ik door de dierentuin loop. In een door mensen gecreëerde omgeving mag ik een poosje meekijken en -werken hoe het is als ‘de wilde natuur’ haar gang kan gaan. Ik krijg te zien hoe mensen zich bewegen en vormen, als er omstandigheden zijn die toelaten dat we ons vrij voelen onszelf kunnen zijn. Omstandigheden als oprechte aandacht, leren met hoofd, hart en lijf, creativiteit en muziek. En hoewel het duidelijk is wie de docent is en wie de student, voel ik geen twee kampen waardoor de relatie zich vanuit die verhouding tegelijk beperkt.

Ik denk dat we in het reguliere onderwijs veel kunnen leren door te kijken naar het kunstonderwijs en de wijze waarop deze studenten worden ondersteund om te worden wie ze zijn en zichzelf te verfijnen.

Ik denk dat we in het reguliere onderwijs veel kunnen leren door te kijken naar het kunstonderwijs en de wijze waarop deze studenten worden ondersteund om te worden wie ze zijn en zichzelf te verfijnen. En in wat scholen nodig hebben aan vaardigheden om daar uitdrukking aan te kunnen geven.

De ArtEZ-student docent-theater
Ik houd van hun openheid, hun bereidheid om de werkelijkheid te onderzoeken. En in de snelheid waarmee ze me vertrouwen zie ik hoe er hier, op deze school, met ze wordt omgegaan. Ze worden niet gebruikt, ze zijn geen vat wat met kennis gevuld moet worden, maar ze worden met zorg en respect behandeld. Ook ik heb me in een werkomgeving lang niet zó verstaan gevoeld, of zó snel en makkelijk kunnen afstemmen met collega’s. En ik merk dat ik bovendien zó op mijn gemak ben met mijn eigen eigenaardigheden en onzekerheden. Ik word gezien in mijn streven, en voel me beloond voor de jaren die ik besteed heb aan het verfijnen van mijn vermogens om in de wereld te brengen wat ik al zo lang voor me zie.

Gaat er dan niks fout bij deze docenttheater opleiding op ArtEZ? Vast wel. Valt er niks te klagen? Een heleboel en door iedereen! Maar voor mij, op dit moment, is deze hogeschool een oase van oprechte aandacht, creativiteit en vitaliteit in een groter onderwijslandschap van drooggevallen gekaderde polders, die hoe mooi ook, soms weinig vruchtbare grond meer draagt voor werkelijke vernieuwing.  

Factoren
Ik zie een aantal factoren dat een grote rol speelt in de wijze waarop hier alles gaat. Het lijkt een magische mix, zo’n beginnend docent/kunstenaar. Ik begin iets te zien over het gebied waarin ze zich moeten bewegen, wat misschien wel eens een sleutel kan zijn voor de houding en intensiteit waarmee deze jonge mensen op onderzoek zijn.

  1. Iedere kunstenaar zal je weten te vertellen dat kunst niet simpel iets is wat je ‘kan maken’. Elke creatieproces, of het nu om een schilderij, een dansvoorstelling of een theaterstuk gaat, is onderhevig aan de wetten van de natuur, waarlangs ook de groei van bomen, planten en mensen loopt.
  2. Kunst is ook bij uitstek zo’n vakgebied waar je gevoel moet hebben voor het onbekende, de binnenwereld, het onbewuste, tegelijk in de concrete werkelijkheid waar dat onbekende langzaam maar zeker gestalte krijgt. Deze studenten zijn dus door hun vak gedwongen gericht op de twee kanten van ons bestaan: de oppervlakte én de diepte; het product én het proces dat er aan vooraf gaat. De binnenwereld van onze visie én visioenen en de buitenwereld waarin die visie onder regie van de kunstenaar langzaam een vorm aanneemt.
  3. En, als derde magische element, de factor van docent zijn, een rol waarin ze verantwoording moeten afleggen over het hoe en waarom van hun handelen, om ook anderen in het proces te kunnen meenemen. Ze kunnen dus niet, zoals de excentrieke kunstenaar, verstokt van realiteitszin, ergens boven op een wolk blijven zitten, terwijl hun schilderijen of andere kunstvormen ze in levensonderhoud voorzien.  Zodra de vorm er is, is het voor een kunstenaar vaak al niet meer interessant. Er zijn dan bureaus die met een voorstelling de boer op gaan of musea die hun schilderijen ten toon stellen. De kunstenaar blijft leeg achter, zoals een vrouw na het baren leeg achter blijft en vaak uit een gevoel van gemis, weer opnieuw wil beginnen. ‘Ik wil gewoon maken met mensen’, zei Godelieve, een bijna afgestudeerde studente die er toch voor koos om deze vernieuwende onderwijsmodule ex-Nihilo te volgen. Niet om iets, of met een doel, maar voor het maken zelf. Het scheppen is waar deze mensen hun energie vandaan halen. Natuurlijk is de ambitie iets moois te maken niet uit te vlakken en is dat ook een grote drijvende kracht. De ultieme beloning na elke creatie is om gemanifesteerd te zien wat je al die tijd al vaag of helder voor je zag. 

Wat is dan het grote verschil met andere studenten?
Wat zie ik bij de studenten van de opleiding docent theater? Studenten omgangskunde heb ik ook ooit in mijn lessen gehad, op een reguliere hoge school. Ook hier heb ik genoten. Ik gaf een blok verliesbegeleiding bij jongeren en een reflectief practicum. Onder het motto ‘processen die je zelf niet bent aangegaan, kan je ook niet bij anderen begeleiden, van Elisabeth Kübler Ross’ startte ik voorzichtig mijn meer ervaringsgerichte onderwijs. Bij elke les moesten ze van mij de tafels aan de kant zetten om daarbinnen in een grote kring bij elkaar te zitten. Alleen al de schrik op hun gezichten, zei me genoeg. Het was en is nog steeds niet heel gewoon om op deze formatieve wijze les te geven.

Eerst ervaringen opwekken, die vervolgens beschouwen en te kijken of er herkenbare dynamieken in voorkomen en tot slot om naast dit onderzoek bestaande theorieën te leggen. Voor mij is het de ultieme manier van leren, omdat leerlingen aangespoord worden zelf kennis aan te maken, zoals veel kennis die nu in boeken te vinden is ook ooit ontstaan is. Als de studenten na zo’n leerproces door theorieën van grote namen in hun vak bevestigd zien wat ze uit hun binnenwereld naar voren kwam, leren we ze iets veel belangrijkers dan de kennis die als product van deze ervaring op te schrijven valt.

Eerst ervaringen opwekken, die vervolgens beschouwen en te kijken of er herkenbare dynamieken in voorkomen en tot slot om naast dit onderzoek bestaande theorieën te leggen. Voor mij is het de ultieme manier van leren.

We leren ze leren, leren ze denken en we leren dat ze zelf in staat zijn processen en dynamieken te beschouwen, onderzoeken. En dat ze uit iets uiterst individueels – toetsend en reflecterend – iets algemeens kunnen destilleren. De grootste hulpbronnen hierbij zijn het kijken naar natuurlijke fenomenen. Door hun eigen binnenwereld – of het creatieproces en wat daar gaande is – in verband te brengen met eenzelfde werkzaamheid als in de wisseling van seizoenen (dag en nacht of het al dan niet uitkomen van de knop van een bloem) krijgt een student weer gevoel voor plaats en ordening. Hij weet zich weer onderdeel van een natuur, onze natuur, die veel groter en omvattender is dan enig boek ooit aan inhoud zal kunnen omvatten. Werkelijk oog hebben voor de levende werkelijkheid en wat zich hierin afspeelt, is iets waar we ten alle tijden en in alle situaties op terug kunnen vallen.

Het grote verschil tussen de ‘normale’ hoge school student en de studenten op ArtEZ die ik zie, zit hem in de beweging. Deze ArtEZ-studenten lijken steeds weer in staat om wat ze leren mee naar hun binnenwereld te nemen en er mee te voorschijn te komen op een manier die hoort bij maken. Je ziet iets, het krijgt gestalte, het is nog niet zoals je het wilt, je daalt weer af naar de plek waar je weet hoe het zou moeten zijn en komt weer terug met aanpassingen, vernieuwing.

Bij het onderwijs op andere plekken zie ik ook de reflectie en de beweging die naar binnen wordt gemaakt, maar dat gebeurt dan vaak om een soort grip of controle op de buitenwereld te krijgen. Dan geldt het motto: ‘Als ik weet hoe het werkt, dan ben ik veilig’. Het geleerde wordt dan, zoals dat heet ‘in de praktijk gebracht’. Alleen deze zin al veronderstelt minder dynamiek dan dat ik zie bij mijn studenten van ArtEZ.

Het is in onderwijs vaak brengen, zenden; van A naar B. Dit is wellicht de erfenis van jaren lang eenzijdig gericht onderwijs en het industriële tijdperk, waarbij het doel was zoveel mogelijk mensen onderwijs te bieden en alles in hapklare brokken en lespakketten werd aangeboden. Het huidige onderwijs, dat minder op de student en meer op de inhoud gericht is, maakt dat de docent of leider op een bepaalde manier een beetje buiten schot kan blijven. De problemen die dat oplevert liggen voor het oprapen. In het sociale domein wordt al gesproken van een expertocratie. En het woord professionalisering wordt helaas in diverse zorg, onderwijs en welzijnsinstellingen nog misbruikt om er een wat onmenselijke afstandelijkheid naar klanten of leerlingen op na te houden.

Het huidige onderwijs, dat minder op de student en meer op de inhoud gericht is, maakt dat de docent of leider op een bepaalde manier een beetje buiten schot kan blijven. De problemen die dat oplevert liggen voor het oprapen.

Deze kunststudenten hebben in eerste instantie ook de neiging om grip en controle op de werkelijkheid te houden, maar herkennen al snel dat ze dat doen. En zien daarin dat ze zaken in het dynamische proces – zijnde de levende werkelijkheid – vastzetten. Ze kunnen dat, omdat ze leren in het maak- of creatieproces elke keer weer af te dalen naar die plek waar niets is. De plek waar dingen ontstaan, waar ze weer gevoelig zijn en worden voor impulsen en wat er in hun lichaam, gevoel en denken omgaat. Ze reflecteren niet om iets, maar om het reflecteren. Om de dynamische activiteit die een soort alerte houding met zich meebrengt die voortduurt. Niks is af, alles is continu aan verandering onderhevig, ze blijven opletten.

Jetske Osterthun is gastdocente bij de onderwijsmodule ex-Nihilo, bedoeld voor derdejaars studenten theaterdocent. Ze werkt vanuit de ervaring en kennis rondom psychosynthese en biedt individuele- en groepsbegeleiding aan voor leiders en opleiders, in de omgang met verandering en vernieuwing, ook buiten het onderwijs. Dat doet ze vanuit haar bureau Blik-opener. Daarnaast  onderzoekt en schrijft ze over en in haar vakgebied.

https://nivoz.nl/nl/op-onderzoek-in-een-module-op-artez-het-lijkt-een-magische-mix-zo-n-beginnend-docent-en-kunstenaar